ECLI:NL:CRVB:2006:AV5555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en weigering ziekengeld na herbeoordeling belastbaarheid
Appellant, werkzaam als productiemedewerker, meldde zich in 2001 ziek wegens hartklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na herbeoordeling in 2003 werd vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was, waarna de WAO-uitkering per 19 februari 2003 werd ingetrokken. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder psychische klachten, waren onderschat en verzocht om nader medisch onderzoek.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en juist waren uitgevoerd. Appellant overlegde geen medische stukken die het oordeel konden weerleggen. De Raad liet een brief van een behandelend psychiater buiten beschouwing vanwege overschrijding van de termijn. Ook het bezwaar tegen de beëindiging van het ziekengeld per 3 mei 2004 werd ongegrond verklaard.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraken en oordeelde dat er geen reden was een deskundige te benoemen voor nader onderzoek. Daarmee werd de intrekking van de WAO-uitkering en de weigering van ziekengeld gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de weigering van ziekengeld.