ECLI:NL:CRVB:2006:AV5548
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit WAO-schatting ondanks medische beperkingen appellant
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht die het besluit van het UWV tot WAO-schatting handhaafde. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen van appellant niet waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet ongeschikt waren gezien zijn beperkingen.
Tijdens de zitting van de Centrale Raad van Beroep was appellant afwezig, maar het UWV werd vertegenwoordigd. De Raad heeft het dossier en de aangevoerde medische rapporten van de bezwaarverzekeringsartsen bestudeerd.
De Raad concludeerde dat er geen nieuwe medische gegevens waren die aanleiding gaven het eerdere oordeel te wijzigen. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2006 door voorzitter Janssen en leden Doornewaard en Brand, met griffier Uri aanwezig.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat de medische beperkingen niet zijn onderschat en de geselecteerde functies passend zijn.