ECLI:NL:CRVB:2006:AV5287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
Appellante, een voormalig zelfstandig schoonheidsspecialiste, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een WAZ-uitkering geweigerd omdat zij volgens de verzekeringsarts minder dan 25% arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank die het besluit bevestigde, stelde appellante hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad beoordeelde het medisch onderzoek als zorgvuldig en inhoudelijk juist, waarbij de verzekeringsarts een anamnese opnam, eigen onderzoek verrichtte en medische gegevens van de huisarts en gynaecoloog betrok. Niet-medische verklaringen van de maatschappelijk werkster en buren werden niet als doorslaggevend erkend omdat zij niet medisch onderbouwd waren.
Wel oordeelde de Raad dat de arbeidskundige beoordeling onvoldoende gemotiveerd was, omdat de geselecteerde functies grotendeels een actualiteitsdatum na de datum in geding hadden, wat strijdig is met de jurisprudentie. Hierdoor was het besluit niet deugdelijk gemotiveerd en moest het worden vernietigd. De Raad bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en wees het betaalde griffierecht toe aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAZ-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.