ECLI:NL:CRVB:2006:AV5223
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en terugvordering te veel betaalde uitkering
Appellante ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2001 achtte een verzekeringsarts haar volledig arbeidsongeschikt, waarna gedaagde haar uitkering verhoogde naar 80 tot 100%. Dit besluit werd later ingetrokken en per 11 april 2001 opnieuw vastgesteld.
Appellante betwist in hoger beroep de vastgestelde ingangsdatum van de toegenomen arbeidsongeschiktheid en stelt dat zij eerder een verzoek tot verhoging heeft ingediend dat onterecht niet is gehonoreerd. De Raad oordeelt dat er geen bewijs is voor een relevante toename vóór 11 april 2001 en dat de wachttijd van 52 weken terecht is toegepast.
Daarnaast bevestigt de Raad dat de terugvordering van de te veel betaalde uitkering over de periode 16 januari 2001 tot 11 april 2001 terecht is, omdat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat de uitkering onjuist was vastgesteld. Dringende redenen om van terugvordering af te zien zijn niet gesteld of gebleken.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraken van de rechtbank en verklaart de aangevallen besluiten gegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering per 11 april 2001 en de rechtmatigheid van de terugvordering van te veel betaalde uitkering.