ECLI:NL:CRVB:2006:AV5219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.J.B. van der Putten
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in een bestuursrechtelijke zaak. Tijdens de procedure heeft verzoeker het hoger beroep ingetrokken nadat het UWV aan verzoeker was tegemoetgekomen. Hierdoor resteerden alleen nog de proceskostenveroordeling en de terugbetaling van het betaalde griffierecht.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat verweerder geen verweerschrift heeft ingediend en dat beide partijen schriftelijk toestemming hebben gegeven voor afdoening buiten zitting. Op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, begroot op € 322,-.
Daarnaast wijst de Raad erop dat verzoeker zich met een verzoek tot terugbetaling van het griffierecht rechtstreeks tot verweerder kan wenden. De overige vorderingen, zoals vergoeding van wettelijke rente en immateriële schade, zijn komen te vervallen omdat deze reeds door het UWV zijn voldaan.
De uitspraak is definitief en er staat geen rechtsmiddel tegen open. De proceskosten worden betaald aan de griffier van de Raad.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 322,- proceskosten aan verzoeker na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.