ECLI:NL:CRVB:2006:AV4558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- H. Bolt
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW- en bovenwettelijke uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na schending professionele gedragsnorm
Appellant is ontslagen wegens schending van een fundamentele professionele gedragsnorm door het aangaan van een intieme relatie met een cliënte zonder melding en het onvoldoende zorgdragen voor een verantwoorde overdracht van behandeling. Naar aanleiding hiervan heeft gedaagde 1 de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid en gedaagde 2 de bovenwettelijke uitkering afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen deze besluiten ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant had moeten begrijpen dat zijn gedrag tot ontslag zou leiden en dat geen sprake was van verminderde verwijtbaarheid, ondanks medische verklaringen.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn psychische toestand hem verhinderde de gevolgen van zijn gedrag te voorzien en dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelt dat appellant dit niet tijdig met medische gronden heeft onderbouwd en dat de bestaande medische verklaringen onvoldoende zijn om het verwijt weg te nemen.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat appellant verwijtbaar werkloos is geworden en dat de besluiten zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van WW- en bovenwettelijke uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag wegens schending van professionele gedragsnormen.