ECLI:NL:CRVB:2006:AV4232
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdige betaling griffierecht ongegrond verklaard
De zaak betreft een verzet tegen de uitspraak van de Raad van 30 juni 2005 waarin het hoger beroep van opposant niet-ontvankelijk werd verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald.
Opposant, woonachtig in Duitsland, stelde dat vanwege zijn financiële situatie het niet mogelijk was het griffierecht tijdig te voldoen en dat hij al veel geld en tijd had verloren in de procedure. De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet op 13 januari 2006, waarbij opposant aanwezig was en de geopposeerde partij niet vertegenwoordigd was.
De Raad overwoog dat het griffierecht volgens artikel 22 van Pro de Beroepswet verplicht is en dat het beroepschrift alleen in behandeling kan worden genomen als het griffierecht binnen de gestelde termijn is betaald. Ondanks de financiële situatie van opposant was hem een zeer ruime termijn gegeven om te betalen. De Raad vond geen gronden om af te wijken van de niet-ontvankelijkverklaring en verklaarde het verzet ongegrond met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Awb.
Er werden geen omstandigheden aangetroffen die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb rechtvaardigden. De uitspraak werd op 24 februari 2006 in het openbaar gegeven door voorzitter J. Janssen en leden G.J.H. Doornewaard en I.M.J. Hilhorst-Hagen.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.