ECLI:NL:CRVB:2006:AV4219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische beperkingen en geschiktheid functies bij herziening WAO-uitkering
Appellant, voormalig omzetter in een steenfabriek, stelde beroep in tegen de herziening van zijn WAO-uitkering waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld tussen 25 en 35%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en stelde het beroep alsnog gegrond vanwege procedurele tekortkomingen.
De Raad onderzocht vervolgens of de medische beperkingen van appellant juist waren vastgesteld. Uit uitgebreide medische rapportages van verzekeringsartsen en specialisten bleek dat de beperkingen zorgvuldig en correct waren vastgesteld. Appellant voerde aan dat hij niet met de bezwaararbeidsdeskundige had gesproken en dat hij de geduide functies niet kon verrichten, maar de Raad oordeelde dat de bezwaararbeidsdeskundige niet verplicht was hem op te roepen en dat de functies passend waren.
De arbeidsdeskundige had meerdere functies als passend aangemerkt, waarbij de Raad enkele functies uitsloot vanwege overschrijdingen van belastbaarheid of ongeschikte werkhouding. Uiteindelijk bleven drie functies over die appellant naar het oordeel van de Raad kon verrichten. Het verlies aan verdiencapaciteit werd vastgesteld op 28,4%, hetgeen overeenkomt met de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geschikt is voor de geduide functies en verklaart het hoger beroep ongegrond.