ECLI:NL:CRVB:2006:AV4217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Ch. van Voorst
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewet- en WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, voormalig werknemer bij twee werkgevers, werd vanaf 8 december 1999 ziekgemeld wegens longontsteking met daaropvolgende klachten van vermoeidheid en concentratieproblemen. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk. Zowel de Ziektewet- als de WAO-uitkering werden geweigerd op basis van deze bevindingen.
Appellant bracht tegen deze besluiten medische rapporten in, waaronder van psychiater Dijkstra en Dr. med. Radermacher-Reuter, en voerde aan dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar zijn functie-inhoud en beperkingen. De Raad achtte het onderzoek van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige Weijmar Schultz zorgvuldig en het oordeel goed gemotiveerd. Het rapport concludeerde dat er geen psychiatrische ziekte of gebrek was dat arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank. De weigering van de uitkeringen werd als terecht beoordeeld, mede omdat appellant niet onafgebroken 52 weken arbeidsongeschikt was geweest vanaf 8 december 1999.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet- en WAO-uitkeringen omdat appellant geschikt is voor zijn eigen werk.