ECLI:NL:CRVB:2006:AV3325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over berekening maatvrouwinkomen bij WAZ-uitkering
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem die het bezwaar van gedaagde tegen de weigering van een WAZ-uitkering gegrond verklaarde. De rechtbank oordeelde dat bij de berekening van het maatvrouwinkomen ten onrechte was uitgegaan van de gerealiseerde winst over drie boekjaren in plaats van één dan wel vijf.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat artikel 8, tweede lid, van de WAZ niet ziet op de vaststelling van het maatvrouwinkomen, maar op de grondslag voor de berekening van de uitkering. Volgens vaste rechtspraak wordt het maatvrouwinkomen vastgesteld aan de hand van de fiscale winst over de drie volledige boekjaren voorafgaand aan het jaar van arbeidsongeschiktheid.
De Raad ziet geen reden hiervan af te wijken, ook niet vanwege fiscale keuzes van gedaagde die de winst over 1997 verlaagden. Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover aangevochten en het inleidend beroep wordt alsnog ongegrond verklaard. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van appellant ongegrond.