ECLI:NL:CRVB:2006:AV3264
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens termijnoverschrijding griffierecht
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam. Vervolgens is verzocht om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor een voorlopige voorziening bij de Centrale Raad van Beroep.
De gemachtigde van verzoeker is herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht binnen een termijn van twee weken. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet binnen de gestelde termijn voldaan. De betaling vond pas later plaats, waardoor het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk werd verklaard.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet tijdig voldoen van het griffierecht leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek, conform artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.