ECLI:NL:CRVB:2006:AV3036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluiten over WW-uitkering en toekent rentevergoeding
Appellant had een WW-uitkering aangevraagd met ingang van 1 september 2003. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) kende deze uitkering aanvankelijk toe, maar herzag dit besluit en stelde dat het recht op uitkering pas per 3 november 2003 bestond. Vervolgens werd het teveel betaalde bedrag teruggevorderd en de bezwaren van appellant ongegrond verklaard.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het standpunt over de kosten van outplacement als inkomsten in verband met beëindiging van de dienstbetrekking niet langer handhaafde, waardoor de bestreden besluiten vernietigd konden worden. De Raad bepaalde dat appellant recht heeft op een WW-uitkering vanaf 1 september 2003.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente over de periode waarin de uitkering ten onrechte niet werd betaald, alsmede tot vergoeding van de door appellant gemaakte proceskosten. Ook werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
De uitspraak herstelt de rechten van appellant en corrigeert de onjuiste terugvordering van het UWV, waarbij tevens aandacht is besteed aan de wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Appellant heeft recht op WW-uitkering vanaf 1 september 2003 en het UWV is veroordeeld tot rentevergoeding en proceskosten.