ECLI:NL:CRVB:2006:AV2569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Beschikbaarheid voor arbeid en weigering WW-uitkering tijdens praktijkstage
Appellant had een dienstbetrekking bij Fortis Bank die op 15 februari 2004 eindigde. Hij volgde een opleiding tot arbeidsbemiddelaar met een praktijkstage vanaf 16 februari 2004. Gedaagde weigerde de WW-uitkering omdat appellant niet beschikbaar zou zijn voor arbeid vanwege de stage.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het besluit in stand hield. De Raad stelde dat beschikbaarheid voor arbeid aan de hand van feiten en omstandigheden moet worden beoordeeld, waarbij houding en gedrag van appellant doorslaggevend zijn.
Hoewel de stage een volle werkweek besloeg, toonde appellant aan dat hij zich had ingeschreven bij het CWI, actief solliciteerde en bereid was een baan te accepteren. Daarmee werd de vooronderstelling van niet-beschikbaarheid weerlegd. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat een nieuwe beslissing moet worden genomen. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd.