ECLI:NL:CRVB:2006:AV2435
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel korting WW-uitkering wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten
Appellante ontving een WW-uitkering en kreeg een korting opgelegd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode eind 2002 tot begin 2003. Het bezoeken van uitzendbureaus werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen niet als voldoende sollicitatie beschouwd. Appellante voerde aan dat zij vanwege haar beperkte opleiding en ervaring het bezoeken van uitzendbureaus als sollicitatie moest kunnen aanmerken en dat de sanctie onjuist was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en ook in hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten. De Raad oordeelde dat het beleid van het Uitvoeringsinstituut, dat concrete en verifieerbare sollicitaties eist, niet onjuist is en dat het bezoeken van uitzendbureaus onvoldoende is. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen.
Verder werd geoordeeld dat de maatregel conform het Maatregelenbesluit correct is toegepast, ook waar sancties overlappen in tijd. De verhoging van de korting tot 30% met verlenging van de duur is passend en voorkomt dat recidivisten bevoordeeld worden. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de korting op de WW-uitkering bevestigd.