ECLI:NL:CRVB:2006:AV2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep na nieuw besluit UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage inzake een WW-zaak. Tijdens de procedure bracht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een nieuw besluit uit dat geheel tegemoetkwam aan het beroep van appellante. Hierdoor was er geen geschil meer tussen partijen.
De Raad behandelde de zaak in eerste instantie in een enkelvoudige kamer, waarna het onderzoek werd heropend en verwezen naar een meervoudige kamer. Partijen kregen gelegenheid om aanvullende stukken in te brengen, maar verschenen niet bij de zitting van 21 december 2005.
Gezien het nieuwe besluit en het ontbreken van een geschil verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk. Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante, zowel voor de eerste aanleg als voor het hoger beroep, inclusief het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.