ECLI:NL:CRVB:2006:AV2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetalingsverplichting bij WAO-aanvraag in strijd met wet
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het besluit vernietigde waarbij een werkgever een loondoorbetalingsverplichting van vier maanden werd opgelegd wegens het niet tijdig aanleveren van een volledig reïntegratieverslag.
De werknemer had zich ziek gemeld en een WAO-uitkering aangevraagd. Het UWV wees de aanvraag af omdat het reïntegratieverslag incompleet was en legde een sanctie van vier maanden loondoorbetaling op aan de werkgever. De werkgever maakte bezwaar en dit werd ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde het UWV dat de sanctie reparatoir is en gebaseerd op beleidsregels die een minimumsanctie van vier maanden voorschrijven.
De Raad oordeelde dat de beleidsregels in strijd zijn met de wet omdat zij geen rekening houden met de daadwerkelijke herstelperiode die vaak korter kan zijn dan vier maanden. De sanctie is daardoor punitief en niet proportioneel. De rechtbank had het besluit terecht vernietigd omdat de sanctie niet is afgestemd op de aard en ernst van het verzuim. De Raad bevestigt deze uitspraak en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit en oordeelt dat de loondoorbetalingsverplichting van vier maanden onrechtmatig is.