ECLI:NL:CRVB:2006:AV2067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de weigering van een WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Het UWV had op 21 juni 2002 besloten geen uitkering toe te kennen omdat appellant na de wettelijke wachttijd minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Dit besluit werd ook in bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank ’s-Gravenhage verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat appellant wel beperkingen heeft die hem verhinderen zijn eigen werk als taxichauffeur uit te voeren, maar dat hij geschikt is voor andere door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. De medische beoordeling door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd als voldoende onderbouwd beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en wijst erop dat appellant geen medische stukken heeft overgelegd die het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts in twijfel kunnen trekken. Ook een hoger gesteld maatmanloon leidt niet tot een arbeidsongeschiktheid van ten minste 15%. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.