ECLI:NL:CRVB:2006:AV1840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G. van der Wiel
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Premievaststelling werknemersverzekeringen over 1998 opnieuw vastgesteld na vergissing
Gedaagde exploiteert een loon-, fourage- en handelsbedrijf. In 1998 heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) premies werknemersverzekeringen vastgesteld en facturen opgelegd. Op 23 februari 2000 corrigeerde het Uwv deze vaststellingen door de cumulatieve premiegrondslag op nihil te stellen en een creditnota uit te reiken, die werd verrekend met openstaande facturen.
Bij een looncontrole in oktober 2003 bleek dat over 1998 premies waren berekend maar niet in rekening gebracht. Daarom stelde het Uwv in november 2003 opnieuw een premienota op. Gedaagde maakte bezwaar omdat zij meende de premie al betaald te hebben volgens betalingsregelingen uit 1999. De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond wegens onvoldoende motivering van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het Uwv abusievelijk de eerdere premievaststelling ongedaan heeft gemaakt en dat het gerechtigd was deze vergissing te corrigeren door de premie opnieuw vast te stellen. Betwisting over betaling van premies via betalingsregelingen kan niet leiden tot vernietiging van het besluit, omdat dergelijke geschillen aan de burgerlijke rechter moeten worden voorgelegd.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De hernieuwde premievaststelling over 1998 wordt gehandhaafd en het beroep van gedaagde wordt ongegrond verklaard.