ECLI:NL:CRVB:2006:AV1721
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid ondanks reistijd
Appellant, werkloos sinds 1 januari 2003, kreeg een bijstandsuitkering toegekend door de gemeente Houten. Deze uitkering werd met 100% verlaagd omdat hij passende arbeid niet had aanvaard. Appellant voerde aan dat de reistijd van bijna drie uur per dag per openbaar vervoer onaanvaardbaar was, mede doordat zijn auto onbruikbaar was geworden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het besluit inhoudelijk standhield. In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van een onaanvaardbare grondslagwijziging en herhaalde hij zijn argument over de reistijd.
De Raad oordeelde dat de wijziging van de grondslag niet onaanvaardbaar was, omdat beide gronden dezelfde maatregel voorschrijven. De reistijd was volgens de Raad niet zodanig lang dat het aanbod van arbeid ongeschikt was, mede omdat appellant eerder geen bezwaar had tegen dergelijke reistijden. Ook het ontbreken van een reiskostenvergoeding was volgens de Raad niet onredelijk, aangezien dit conform de toepasselijke CAO was.
De Raad zag geen dringende redenen om af te wijken van de maatregel en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Proceskostenvergoeding werd niet toegewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% wegens het niet aanvaarden van passende arbeid wordt bevestigd.