ECLI:NL:CRVB:2006:AV1694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij WAO-uitkering
Appellant, die sinds 1993 een geprorateerde WAO-uitkering ontving wegens arbeidsongeschiktheid, verzocht in 2003 om verhoging van deze uitkering. Gedaagde weigerde dit en trok de uitkering later geheel in vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar deed dit te laat.
De Raad overwoog dat appellant op de hoogte was van de mogelijke negatieve besluiten en dat hij, ondanks zijn verblijf in het buitenland, maatregelen had moeten treffen om tijdig bezwaar te maken. Het niet tijdig indienen van het bezwaar werd niet als verschoonbaar beoordeeld.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en bevestigde het eerdere besluit van de rechtbank Amsterdam. Er waren geen omstandigheden aanwezig om af te wijken van deze regel. De uitspraak werd gedaan op 27 januari 2006.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.