ECLI:NL:CRVB:2006:AV1673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot herziening WAJONG-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante, geboren in 1965, had sinds haar jeugd diverse gezondheidsproblemen en ontving vanaf 1983 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). Na een operatie in 1988 wegens een hypofysetumor en hormonale substitutietherapie werd haar uitkering per 1 april 1992 beëindigd omdat zij toen arbeidsgeschikt werd geacht.
In 2002 verzocht appellante om een WAJONG-uitkering, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd afgewezen en deze beslissing werd door de rechtbank bevestigd. Appellante stelde dat nieuwe medische inzichten, waaronder een brief van haar internist-endocrinoloog over de gevolgen van groeihormoontekort, aanleiding waren voor herziening.
De Raad oordeelde dat deze medische inzichten niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden konden worden aangemerkt omdat de aandoening en klachten reeds bij de eerdere beoordeling bekend waren. Wel erkende de Raad dat de inzichten over de impact van het groeihormoontekort pas eind jaren negentig zijn ontstaan, wat een nieuw feit kan vormen voor een eventueel nieuw verzoek, maar niet voor het onderhavige.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en oordeelde dat het bestuursorgaan terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen zonder nader onderzoek, conform artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het besluit inzake de WAJONG-uitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.