ECLI:NL:CRVB:2006:AV1303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onderhoudseis kinderbijslag geweigerd voor in Marokko wonende kinderen
Appellant heeft kinderbijslag aangevraagd voor zijn vier kinderen die in Marokko wonen. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, heeft de aanvraag geweigerd omdat appellant niet heeft aangetoond de kinderen in belangrijke mate te onderhouden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, onder meer omdat betalingen niet voldoende waren of niet aannemelijk konden worden geacht vanwege onduidelijkheid over de ontvangers en de aard van de bankinstelling waaruit geld werd opgenomen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het primaire besluit slechts kan zien op perioden tot en met het eerste kwartaal van 2002 en dat latere perioden als bezwaar moeten worden behandeld. De Raad vernietigt het besluit over het vierde kwartaal van 1999 en latere kwartalen en beveelt nader onderzoek en een nieuw besluit op bezwaar. Voor de overige perioden bevestigt de Raad het oordeel van de rechtbank dat appellant onvoldoende onderhoud heeft geleverd.
De Raad veroordeelt de Sociale verzekeringsbank tot vergoeding van proceskosten en het betaalde recht.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd voor bepaalde perioden en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.