ECLI:NL:CRVB:2006:AV1062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim
Appellante, werkzaam bij het Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (GVB), kreeg op 5 maart 2003 voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens poging tot diefstal van een mobiele telefoon. Bij een volgend ernstig plichtsverzuim zou dit ontslag worden ten uitvoer gelegd.
Op 10 april 2003 verscheen appellante zonder bericht niet op haar werk, wat als ernstig plichtsverzuim werd aangemerkt. Vervolgens reed zij op 27 april 2003 bij het parkeren van een tram door rood licht en reed zonder overleg achteruit, waardoor de tram ontspoorde. Gedaagde besloot daarop het voorwaardelijk ontslag met onmiddellijke ingang ten uitvoer te leggen.
Appellante voerde aan dat het achteruitrijden met de tram werd gedoogd en dat haar psychische toestand en medicijngebruik haar gedrag niet konden worden toegerekend. De Raad verwierp deze verweren wegens gebrek aan onderbouwing en het feit dat zij zich niet ziek had gemeld.
De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim ernstig was en dat gedaagde terecht overging tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wordt bevestigd.