ECLI:NL:CRVB:2006:AV0848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Zorgplicht gemeente voor verstrekking rolstoel aan gehandicapte met persoonsgebonden budget
Gedaagde, een verstandelijk en lichamelijk gehandicapte rolstoelgebruiker, woont zelfstandig in een appartement binnen een complex voor mensen met een handicap. Zij ontvangt zorg via een persoonsgebonden budget en vroeg de gemeente om verstrekking van een elektrische en handbewogen rolstoel op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
De gemeente weigerde deze verstrekking, stellende dat gedaagde geacht moet worden in een AWBZ-instelling te verblijven en behandeld te worden, waardoor de zorgplicht bij de gemeente niet zou rusten. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat het verblijf en de zorg van gedaagde gelijkgesteld moeten worden aan die in een AWBZ-instelling, maar dat zij geen recht heeft op een AWBZ-rolstoel omdat zij niet in overwegende mate behandeling ontvangt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het gemeentebestuur een zorgplicht heeft voor rolstoelen aan gehandicapten die in een AWBZ-instelling verblijven, tenzij zij recht hebben op verstrekking via de AWBZ. Omdat gedaagde geen behandeling in de zin van artikel 8 van Pro het Besluit AWBZ ontvangt, rust de zorgplicht op de gemeente. De Raad veroordeelt de gemeente tot vergoeding van proceskosten en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen in overeenstemming met deze uitspraak.
Uitkomst: De gemeente is zorgplichtig voor de verstrekking van rolstoelen aan gedaagde omdat zij geen behandeling ontvangt in een AWBZ-instelling.