ECLI:NL:CRVB:2006:AV0078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs van overgedragen banksaldo
Appellante had een positief banksaldo van €16.315,57 ten tijde van haar aanvraag om bijstand, maar stelde dat zij dit bedrag had overgedragen aan haar broer ter voldoening van een afkoopsom voor een ongewenst huwelijk. De gemeente Rotterdam wees de aanvraag af omdat het saldo boven de vermogensgrens lag en appellante onvoldoende bewijs leverde dat zij niet over dit vermogen kon beschikken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante onvoldoende helderheid had verschaft over de herkomst en het gebruik van het banksaldo. In hoger beroep overwoog de Centrale Raad van Beroep dat de aankoopbonnen van juweliers en een verklaring van een studiebegeleidster onvoldoende bewijs vormden dat het geld daadwerkelijk was overgedragen of dat het saldo niet tot haar vermogen behoorde.
De Raad benadrukte dat het aan appellante was om voldoende aannemelijk te maken dat zij niet over het saldo kon beschikken, hetgeen niet was gelukt. Ook werd opgemerkt dat de studieschuld geen invloed had op de beoordeling omdat er nog geen terugbetalingsverplichting bestond. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees de aanvraag om bijstand af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen vanwege onvoldoende bewijs dat het banksaldo niet tot het vermogen behoorde.