ECLI:NL:CRVB:2006:AU9949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na vernietiging besluit WAO-uitkering
Appellant heeft beroep ingesteld tegen besluiten van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) die zijn verzoek om vergoeding van materiële en immateriële schade afwezen. De zaak betreft schade die appellant stelt te hebben geleden door het vernietigde besluit van 30 maart 1994, waarbij hij onterecht als geschikt voor werk werd beschouwd.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat het besluit van 30 maart 1994 onrechtmatig was, maar dat de door appellant gestelde schade niet toerekenbaar was aan het bestuursorgaan, omdat de financiële gevolgen vooral voortvloeiden uit de arbeidsrechtelijke relatie met zijn werkgever. Ook stelde de rechtbank dat de immateriële schade niet aannemelijk was gemaakt.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze overwegingen en bevestigt het bestreden besluit. De Raad oordeelt dat het bestuursorgaan aansprakelijk is voor onrechtmatig handelen, maar dat de gevorderde schade niet voldoende verband houdt met het vernietigde besluit. De immateriële schade wordt eveneens niet toegewezen omdat geen psychisch letsel is aangetoond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding wordt bevestigd.