ECLI:NL:CRVB:2006:AU9648
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WAO-besluiten wegens overschrijding beslistermijn en onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als steksteekster en ziekgemeld vanuit een WW-situatie, kreeg een WAO-uitkering geweigerd per einde wachttijd. Het UWV besloot tot terugvordering van een voorschot WAO-uitkering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de beslistermijn was overschreden.
De Raad constateerde dat de beslistermijn van 13 weken was overschreden omdat het primaire besluit pas op 21 mei 2001 werd genomen terwijl de aanvraag tijdig was ingediend. Hierdoor had het bezwaar gegrond moeten worden verklaard en het besluit vernietigd. Daarnaast oordeelde de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, maar dat de arbeidskundige onderbouwing ontbrak, omdat de functies waarvoor appellante werd beoordeeld ongeschikt waren geacht gezien haar nekbeperking.
De Raad vernietigde daarom ook het tweede besluit dat was gebaseerd op het eerste en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten. Tevens werd bepaald dat het UWV nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: De bestreden WAO-besluiten worden vernietigd wegens overschrijding van de beslistermijn en onvoldoende arbeidskundige onderbouwing; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.