ECLI:NL:CRVB:2006:AU9351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens onvoldoende medewerking aan medisch onderzoek
Appellante, die vanwege psychische klachten haar werk als operator had gestaakt, was het niet eens met de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om haar een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde haar beroep niet-ontvankelijk omdat zij onvoldoende medewerking verleende aan een medisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 8:47, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), en niet persoonlijk ter zitting verscheen.
De Raad stelde vast dat de door de rechtbank ingeschakelde deskundigen, waaronder een zenuwarts en een psychiater, herhaaldelijk hadden geadviseerd tot een klinische opname ter observatie, welke appellante weigerde. Ondanks meerdere pogingen tot contact en het geven van bedenktijd, bleef zij medewerking weigeren, waardoor een verantwoord oordeel over haar arbeidsongeschiktheid niet mogelijk was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat overleg tussen haar behandelend psychiater en de deskundige noodzakelijk was, maar de Raad oordeelde dat overeenstemming tussen artsen geen vereiste is voor het onderzoek. De Raad vond geen reden om te veronderstellen dat appellante niet in staat was haar verplichtingen na te komen en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep door de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende medewerking aan het medisch onderzoek en het niet verschijnen ter zitting.