ECLI:NL:CRVB:2006:AU9334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving vanaf 1987 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Na een tip dat zij samenwoonde met [betrokkene] in haar woning, stelde de Sociale Recherche een onderzoek in. Uit verklaringen, buurtonderzoeken en energieverbruik bleek dat [betrokkene] feitelijk bij appellante woonde en zij een gezamenlijke huishouding voerden.
De Raad oordeelde dat appellante en [betrokkene] ondanks verschillende adressen een gezamenlijke huishouding hadden, waarbij wederzijdse zorg en financiële bijdragen werden geleverd. Appellante had dit niet gemeld, waardoor zij ten onrechte bijstand ontving volgens de norm voor alleenstaanden.
De Raad verwierp het verweer van appellante dat haar verklaringen onder druk waren afgelegd en dat een strafrechtelijke uitspraak haar zou vrijwaren. De Raad stelde vast dat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en dat de intrekking en terugvordering terecht waren.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering worden bevestigd wegens het niet melden van gezamenlijke huishouding.