ECLI:NL:CRVB:2006:AU9101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onzorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant ontving een WAO-uitkering die op 28 maart 2002 werd ingetrokken omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. Het onderzoek dat aan dit besluit ten grondslag lag, was uitgevoerd door een indicatieadviseur en niet door een verzekeringsarts, wat volgens de Raad in strijd is met het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten en de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het tijdsverloop en de medische onderbouwing voldoende waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek uitsluitend door een verzekeringsarts mag worden uitgevoerd en dat het ontbreken hiervan het besluit onvoldoende zorgvuldig maakt.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en moet het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een nieuw besluit op bezwaar nemen. Tevens worden de proceskosten van appellant toegewezen. De Raad ziet af van een inhoudelijke beoordeling van de schadevergoeding omdat het nieuwe besluit nog moet worden genomen.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit op bezwaar nemen.