ECLI:NL:CRVB:2005:AV6407
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening ex-KNIL-militairen inzake sociale voorzieningen
Verzoekers, ex-KNIL-militairen en een afstammeling daarvan, hebben bij de Minister van Buitenlandse Zaken aanvragen ingediend voor sociale voorzieningen zoals die golden voor militair personeel van het KNIL rond 1950. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage verklaarde zich onbevoegd omdat verzoekers geen gewezen ambtenaren zijn in de zin van de Militaire Ambtenarenwet 1931. De rechtbank stuurde de beroepen door naar de rechtbanken Dordrecht en Amsterdam, die op grond van de gewone regels van relatieve competentie bevoegd zijn.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en neemt kennis van het verzoek om voorlopige voorziening. De Raad benadrukt dat haar voorlopige oordeel niet bindend is voor de hoofdzaak. Gezien de relatieve competentie van de genoemde rechtbanken dient de Raad zich te beperken tot een voorlopig oordeel en wijst zij het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt dat ex-KNIL-militairen niet onder de MAW vallen en dus niet bij de militaire ambtenarenkamer van de rechtbank 's-Gravenhage terecht kunnen voor hun vorderingen.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen wegens onbevoegdheid van de militaire ambtenarenkamer van de rechtbank 's-Gravenhage.