ECLI:NL:CRVB:2005:AU9194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- C.M. van Wechem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit premievaststelling wegens onjuiste loonadministratie en boeteoplegging
Appellante, exploitant van een restaurant, werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) een premieschuld opgelegd over de jaren 1997 tot en met 1999, gebaseerd op een herberekening van lonen vanwege een vermeend ontbreken van een urenregistratie en onvolledige loonadministratie. Tevens werd een boete van 25% opgelegd wegens opzet of grove schuld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij niet voldeed aan haar administratieve verplichtingen en dat de schatting van de premie op juiste gronden was vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat het Loonadministratiebesluit geen urenregistratie voorschrijft en dat zij niet op de hoogte was van een dergelijke verplichting. Ook werd aangevoerd dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld door onaangekondigd telefonisch contact te zoeken en dat de boete onterecht was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het ontbreken van een urenregistratie niet automatisch leidt tot een schatting van de premie en dat het UWV niet had aangetoond dat appellante op de hoogte was van een verplichting tot urenregistratie. Daarnaast ontbrak een goede motivering in het besluit op bezwaar. Daarom werd het besluit vernietigd en werd het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit van 15 april 2002 tot premievaststelling en boeteoplegging wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.