ECLI:NL:CRVB:2005:AU9184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten bij herroeping disciplinaire straf wegens plichtsverzuim
Appellant kreeg op 23 april 2003 een disciplinaire straf opgelegd wegens plichtsverzuim, waaronder het zonder toestemming verrichten van nevenwerkzaamheden. Op 22 juli 2003 werd dit besluit herroepen en de straf verminderd, waarbij appellant inmiddels toestemming had gekregen voor de nevenwerkzaamheden. Het verzoek van appellant om vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure werd echter afgewezen door gedaagde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de herroeping het gevolg was van een andere waardering van de feiten en omstandigheden. In hoger beroep stelde appellant dat de oorspronkelijke straf disproportioneel was en dat sprake was van aan gedaagde te wijten onrechtmatigheid, waardoor vergoeding van kosten op grond van artikel 7:15 Awb Pro gerechtvaardigd was.
De Raad oordeelde dat gedaagde bij het primaire besluit onrechtmatig heeft gehandeld door geen rekening te houden met de toestemming voor nevenwerkzaamheden die op dezelfde dag was verleend. Deze onrechtmatigheid is aan gedaagde toe te rekenen. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot afwijzing van de kostenvergoeding, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt gedaagde tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.