ECLI:NL:CRVB:2005:AU8982
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht en onduidelijke woonsituatie
Appellant diende op 16 juli 2003 een aanvraag in voor bijstandsuitkering op grond van de Algemene bijstandswet (Abw). De gemeente Amsterdam wees de aanvraag bij besluit van 30 september 2003 af en verklaarde het bezwaar ongegrond in het besluit van 9 december 2003. De voorzieningenrechter vernietigde het bezwaarbesluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Tijdens de zitting gaf de gemeente aan het eerdere standpunt over voldoende middelen via studiefinanciering niet langer te handhaven, maar stelde dat appellant zijn inlichtingenplicht niet was nagekomen over zijn woonadres, werkzaamheden en inkomsten. Uit onderzoek bleek dat appellant onjuiste en onvolledige gegevens had verstrekt, waaronder een onjuiste opgave van zijn woonadres en het niet melden van inkomsten en werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat appellant tekort was geschoten in zijn inlichtingenplicht en dat daardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand. Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht. De Raad vernietigde het besluit van 9 december 2003, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand. Tevens werd appellant in het ongelijk gesteld over de periode waarover het beroep zich uitstrekte en werd de gemeente veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 9 december 2003 wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de aanvraag tot bijstand wordt afgewezen.