ECLI:NL:CRVB:2005:AU8961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R.H.M. Roelofs
- W.I. Degeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor tandartskosten wegens ontbreken dringende redenen
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandartskosten door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overweegt dat de Ziekenfondswet een toereikende en passende voorziening biedt voor tandheelkundige kosten, waardoor artikel 17, eerste lid, van de Algemene bijstandswet in beginsel bijzondere bijstand uitsluit. Alleen bij zeer dringende redenen, zoals noodsituaties, kan hiervan worden afgeweken, maar die zijn in dit geval niet vastgesteld.
Het beleid van de gemeente Amsterdam om in uitzonderlijke gevallen bijzondere bijstand te verlenen voor tandartskosten wordt als buitenwettelijk beoordeeld. De Raad toetst terughoudend en concludeert dat het beleid consistent is toegepast. Eerdere toekenning van bijzondere bijstand in 2002 leidt niet tot een recht op toekomstige vergoedingen. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor tandartskosten wordt afgewezen en het hoger beroep ongegrond verklaard.