ECLI:NL:CRVB:2005:AU8939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Herziening verzekeringsplicht directieleden en correctie- en boetenota’s afgewezen
De zaak betreft de verzekeringsplicht van twee directieleden van gedaagde voor de sociale werknemersverzekeringswetten over de jaren 1993 tot en met 1997. Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), had besluiten genomen waarbij deze directieleden verplicht verzekerd werden geacht en correctie- en boetenota’s werden opgelegd wegens niet afgedragen premies.
De rechtbank had deze besluiten vernietigd, stellende dat appellant ten nadele van gedaagde was teruggekomen op een rechtens onaantastbaar besluit zonder dat dit besluit evident onjuist was. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het besluit van 10 november 2000 onjuist was en dat appellant terecht is teruggekomen van dat besluit. Tevens is er geen sprake van nieuw gebleken feiten die een herziening van de correctie- en boetenota’s rechtvaardigen. Daarom verklaart de Raad de beroepen ongegrond en vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
De Raad benadrukt dat het verzoek tot beoordeling van de arbeidsverhouding door de directieleden niet voldoende was om de eerdere beoordeling te herzien en dat appellant niet in strijd met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen heeft gehandeld. De correctie- en boetenota’s blijven daarmee van kracht.
De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 22 december 2005, waarbij de eerdere uitspraak van de rechtbank Utrecht is vernietigd.
Uitkomst: De beroepen van gedaagde worden ongegrond verklaard en de correctie- en boetenota’s blijven gehandhaafd.