ECLI:NL:CRVB:2005:AU8831
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na minnelijke schikking over terugvordering arbeidsongeschiktheidsuitkering
Verzoeker ontving sinds 1979 uitkeringen op grond van de AAW en WAO, waarvan de mate van arbeidsongeschiktheid vanaf 1989 werd vastgesteld tussen 35% en 45%. In 1997 werd zijn AAW-uitkering ingetrokken en de WAO-uitkering herzien naar 15%-25%. In 1998 werd een bedrag van €19.252,98 teruggevorderd wegens onverschuldigde betalingen. De Raad vernietigde in 2001 beslissingen die inkomsten uit zwartwerk meenamen bij de vaststelling van arbeidsongeschiktheid.
In 2002 stelde het UWV de uitkeringen van verzoeker voor drie periodes op nihil en vorderde €4.921,07 terug. Tijdens de zitting van 7 oktober 2005 kwam de Raad, met aanwezigheid van partijen en hun advocaten, tot een minnelijke schikking waarbij verzoeker €1.750,- terugbetaalt en het geschil wordt beëindigd. Verzoeker trok daarop het hoger beroep in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat vanwege de gedeeltelijke tegemoetkoming van het UWV aanleiding was om het UWV te veroordelen tot betaling van proceskosten van verzoeker, begroot op €1.610,-. Het griffierecht dient het UWV rechtstreeks aan verzoeker te vergoeden. De uitspraak werd op 11 november 2005 door de Centrale Raad van Beroep uitgesproken.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.610,- aan proceskosten aan verzoeker na minnelijke schikking en intrekking van het hoger beroep.