ECLI:NL:CRVB:2005:AU8209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens reeds bestaande volledige arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hem geen WAO-uitkering toe te kennen met ingang van 22 december 1998. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door de rechtbank Breda, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De kern van het geschil is of appellant op 15 september 1997, de dag waarop hij laatstelijk werkte en verzekerd raakte voor de WAO, reeds volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank oordeelde dat dit het geval was en wees de uitkering af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de deskundige zich niet voldoende op die datum had gericht en dat het onderzoek te kort was om een betrouwbaar oordeel te geven.
De Raad overweegt dat de rechtbank de grieven van appellant voldoende heeft gemotiveerd en onderschrijft het oordeel dat appellant zijn stellingen niet met nieuwe medische gegevens heeft onderbouwd. Het rapport van de deskundige, een zenuwarts, is naar het oordeel van de Raad adequaat en baseert zich op relevante medische gegevens uit de periode rond september 1997. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant op de dag van laatstelijk werken reeds volledig arbeidsongeschikt was.