ECLI:NL:CRVB:2005:AU8045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid eigen werk en intrekking WAO-uitkering ondanks betwisting
Appellante, voormalig telefoniste/receptioniste, ontving een WAO-uitkering wegens rugklachten. Na een medische en arbeidskundige beoordeling werd zij per 31 mei 1999 geschikt geacht haar eigen lichte werk te verrichten, waarna de WAO-uitkering werd ingetrokken. Appellante stelde dat de betaling van de uitkering na die datum rechtszekerheidsproblemen veroorzaakte en dat zij haar werk niet volledig kon uitvoeren vanwege beperkingen, waaronder het niet zelfstandig kunnen bereiken van haar werkplek.
De rechtbank oordeelde dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellante met inachtneming daarvan haar eigen werk kon verrichten, mede op basis van een arbeidsdeskundig rapport waarin de werkplek was bezocht en geëvalueerd. De Raad concludeert dat de doorbetaling van de uitkering na 31 mei 1999 geen gerechtvaardigde verwachting schept dat zij niet geschikt werd geacht.
Appellante heeft geen medische of arbeidskundige onderbouwing geleverd voor haar stelling dat zij haar werk niet volledig kon verrichten. De Raad ziet geen reden om aan de juistheid van de vastgestelde beperkingen te twijfelen en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en de geschiktheid van appellante voor haar eigen werk per 31 mei 1999.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar eigen werk en dat de intrekking van haar WAO-uitkering per 31 mei 1999 terecht is.