ECLI:NL:CRVB:2005:AU7930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing studiefinanciering bij afwijking woonadres GBA
Gedaagde had vanaf september 2003 een ander woonadres opgegeven dan het adres waarop hij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) stond ingeschreven. Appellante, de Informatie Beheer Groep, had daarom de studiefinanciering omgezet naar de norm voor een thuiswonende studerende. Gedaagde voerde aan dat hij zich niet in de GBA kon laten inschrijven op het nieuwe adres vanwege weigering van de houder van de GBA en het ontbreken van een huurovereenkomst.
De rechtbank Utrecht oordeelde dat gedaagde redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt van de afwijking tussen het opgegeven woonadres en het GBA-adres, en vernietigde het besluit van appellante. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat er geen sprake was van een situatie waarin gedaagde geen verwijt kon worden gemaakt, onder meer omdat de houder van de GBA een onderzoeksplicht heeft en niet elke aangifte hoeft te accepteren.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat gedaagde feitelijk woonachtig was op het opgegeven adres en dat hij voldoende inspanningen had verricht om zich in de GBA te laten inschrijven. De weigering van de houder van de GBA maakte dit niet anders. Daarom kon gedaagde redelijkerwijs geen verwijt worden gemaakt van de afwijking. Het hoger beroep van appellante werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad bepaalde tevens dat appellante een griffierecht van €414,- moet betalen en wees proceskostenveroordeling af wegens ontbreken van bewijs van proceskosten aan de zijde van gedaagde.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; gedaagde ontvangt studiefinanciering als uitwonende studerende.