ECLI:NL:CRVB:2005:AU7915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale winst uit overheveling woning als inkomen uit arbeid voor WAZ-uitkering
Appellant, een zelfstandige ondernemer met een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, behaalde in 2000 een fiscale winst die onder meer bestond uit een boekwinst door overheveling van de helft van de boekwaarde van zijn woonhuis van bedrijfsvermogen naar privé. Het UWV stelde dat deze winst als inkomen uit arbeid moet worden aangemerkt, waardoor de WAZ-uitkering over dat jaar niet toekwam en teruggevorderd moest worden.
Appellant voerde aan dat de overheveling geen feitelijke arbeid betrof maar vermogensbeheer en dat de winst een schijnwinst was, vergelijkbaar met stakingswinst die buiten het begrip inkomen uit arbeid valt. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de door de fiscus geaccepteerde nettowinst van de onderneming als uitgangspunt dient voor het inkomen uit arbeid van een zelfstandige, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. De overheveling van het woonhuis was een normale bedrijfsbeslissing en geen vermogensbeheer of stakingswinst. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het uitgangspunt leidden.
Daarom moest de gehele fiscale winst, inclusief de boekwinst uit de overheveling, als inkomen uit arbeid worden beschouwd. Dit leidde tot het standhouden van het besluit tot vaststelling van de WAZ-uitkering op nul en de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen over 2000.
Uitkomst: De WAZ-uitkering over 2000 wordt vastgesteld op nul en terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkering is gerechtvaardigd.