ECLI:NL:CRVB:2005:AU7783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Blijvende weigering WW-uitkering wegens niet aanvaarden passende arbeid
Appellant werkte als algemeen medewerker en later als vorkheftruckchauffeur bij zijn werkgever. Na een bedrijfsongeval met blijvende voetbeperkingen werd hij arbeidsongeschikt verklaard en kwam hij in aanmerking voor een WW-uitkering. De werkgever bood hem passende arbeid aan in de vorm van een administratieve functie, die volgens arbeidsdeskundigen binnen zijn krachten en bekwaamheden lag. Appellant weigerde deze functie echter en wilde uitsluitend als vorkheftruckchauffeur blijven werken.
De werkgever beëindigde daarop de loonbetalingen en bood geen werk meer aan. Gedaagde stelde de WW-uitkering stop vanwege het niet aanvaarden van passende arbeid, wat door de rechtbank werd bevestigd. In hoger beroep bestreed appellant dit oordeel, maar de Raad stelde vast dat het aanbod passend was, de functie qua salaris gelijkwaardig was en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat lichamelijke of geestelijke redenen aanvaarding in de weg stonden.
De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar werkloos bleef door het weigeren van passende arbeid en bevestigde het besluit tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering. Er waren geen dringende redenen om van de maatregel af te zien en de procedurele regels waren correct gevolgd.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt blijvend geheel geweigerd wegens het niet aanvaarden van passende arbeid.