ECLI:NL:CRVB:2005:AU7747
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, woonachtig in Italië, had sinds 1985 een WAO-uitkering wegens psychische en rugklachten. Deze uitkering werd in 1991 herzien en in 1998 ingetrokken na een arbeidskundig onderzoek waaruit bleek dat zijn verdiencapaciteit minder dan 15% was verminderd.
Appellant stelde bezwaar tegen de intrekking met nieuwe medische klachten aan de rechterschouder, maar deze werden door de bezwaarverzekeringsarts beoordeeld als niet leidend tot zwaardere beperkingen dan eerder vastgesteld. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde ziekteoorzaak.
Daarom was geen nieuwe arbeidskundige beoordeling noodzakelijk en kon het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering in stand blijven. De Centrale Raad van Beroep bevestigde het vonnis van de rechtbank Amsterdam en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.