ECLI:NL:CRVB:2005:AU7736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening korting WAO-uitkering en boete wegens schending mededelingsplicht
Appellant ontving een WAO-uitkering en werd geconfronteerd met korting op zijn uitkering, terugvordering en een boete wegens vermeende inkomsten uit arbeid als zaakwaarnemer voor een derde. Gedaagde stelde dat appellant inkomsten had genoten van f 21.668,10 over de periode december 1996 tot juli 1997, zonder dit te melden, wat leidde tot diverse besluiten tot korting, terugvordering en boete.
Appellant voerde aan dat hij geen inkomsten had genoten maar onbetaald hulp had geboden en dat de opnames van de rekening van de derde bedoeld waren voor onkosten en levensonderhoud. De strafrechtelijke procedure waarin verduistering werd onderzocht, had geen bewijs geleverd van inkomsten uit arbeid.
De Raad oordeelde dat appellant wel inkomsten uit arbeid had genoten, maar dat het bedrag lager was dan door gedaagde vastgesteld, namelijk f 13.000,-. De Raad vernietigde de besluiten tot korting en boete omdat de grondslag daarvoor ontbrak. De strafrechtelijke uitkomst was niet doorslaggevend voor de bestuursrechtelijke beoordeling.
De Raad bepaalde dat gedaagde opnieuw moet besluiten met inachtneming van deze uitspraak en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. De oplegging van een boete blijft in beginsel mogelijk wegens schending van de mededelingsplicht, maar moet opnieuw worden beoordeeld.
Uitkomst: De besluiten tot korting en boete worden vernietigd en het UWV moet opnieuw besluiten met inachtneming van de uitspraak.