ECLI:NL:CRVB:2005:AU7666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt beperking loonbetalingsverplichting bij faillissement
Appellant, een oudere werknemer, diende een aanvraag in voor overname van de loonbetalingsverplichting van zijn failliete werkgever op grond van hoofdstuk IV van de Werkloosheidswet (WW). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) beperkte deze verplichting ten onrechte tot zes weken, conform artikel 40 van Pro de Faillissementswet (Fw).
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de bijzondere bescherming van oudere werknemers in faillissementssituaties per 1 januari 1999 door de Flexwet was komen te vervallen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat bij de uitleg van artikel 64 van Pro de WW, dat verwijst naar artikel 40 Fw Pro, het overgangsregime van artikel XXI van de Flexwet in aanmerking moet worden genomen. Hierdoor kan de loonbetalingsverplichting niet beperkt worden tot de zes weken van artikel 40 Fw Pro, maar moet rekening worden gehouden met de langere opzegtermijn die de Flexwet beschermt.
Het bestreden besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen waarbij de langere opzegtermijn uit het overgangsregime van de Flexwet wordt meegenomen.