ECLI:NL:CRVB:2005:AU7662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- S.W. van Osch-Leysma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens handel in verdovende middelen
Appellanten ontvingen vanaf 19 augustus 1998 bijstand op grond van de Algemene bijstandswet. Naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek wegens vermoedens van drugshandel is een onderzoek ingesteld naar de rechtmatigheid van de verleende bijstand. Op basis van dossieronderzoek, getuigenverklaringen en een rapport van 17 september 2001 concludeerde de gemeente dat appellanten handel dreven in verdovende middelen.
Hierop besloot de gemeente op 31 oktober 2001 tot terugvordering van de bijstandskosten over de periode 1 augustus 2000 tot 1 augustus 2001. Na bezwaar werd dit besluit op 17 september 2003 gehandhaafd en het recht op bijstand ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden.
De Raad oordeelt dat het bewijs, waaronder het rapport en getuigenverklaringen, voldoende is om te concluderen dat appellant handelde in drugs en dat de inlichtingenverplichting niet is nagekomen. De stelling van analfabetisme wordt niet aannemelijk geacht. De handel was op ruime schaal en niet marginaal. Het beperkte inzicht in de financiële situatie komt voor rekening van appellanten. De intrekking en terugvordering zijn terecht en het hoger beroep faalt.
De Raad bevestigt de uitspraak en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens handel in drugs en schending van de inlichtingenverplichting worden bevestigd.