ECLI:NL:CRVB:2005:AU7653
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Beoordeling medische grondslag en belastbaarheid bij WAO-uitkering na hartklachten
Appellant, voormalig PCB layouter/CAD-tekenaar, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%, gebaseerd op een belastbaarheidspatroon dat rekening hield met zijn beperkingen. Zowel appellant als werkgever maakten bezwaar tegen de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en dat van de werkgever gegrond, waarbij de werkgever geen hoger beroep instelde.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn medische situatie niet juist was beoordeeld, omdat hij later een hartaanval kreeg en een bypassoperatie onderging, waardoor zijn beperkingen groter zouden zijn dan aanvankelijk vastgesteld. Hij bracht medische rapporten in van zijn cardioloog en een arts van Lechnerconsult ter onderbouwing.
De Raad overwoog dat de diagnose reflux aanvankelijk juist was gesteld en dat het feit dat later angineuze klachten werden vastgesteld niet betekent dat de belastbaarheid onjuist is vastgesteld. Diverse verzekeringsartsen hadden de beperkingen beoordeeld en geconcludeerd dat appellant geschikt was voor licht werk zonder zware inspanning of stress. De nieuwe medische gegevens leidden niet tot een andere beoordeling van de belastbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de bestreden besluiten en oordeelde dat de medische grondslag van de WAO-uitkering correct was vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen, waarmee de eerdere uitspraken in stand bleven.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de medische beperkingen van appellant juist zijn vastgesteld en wijst het hoger beroep af.