ECLI:NL:CRVB:2005:AU7322
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van WAO-besluit wegens onvoldoende motivering van arbeidsongeschiktheidsschatting
Appellante, een voormalige montagemedewerkster, stopte haar werkzaamheden vanwege schouder- en armklachten. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Kok werd vastgesteld dat zij belastbaar was voor licht fysiek werk, ondanks een geplande operatie. Gedaagde kende haar een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%, maar trok deze later in op basis van een arbeidsdeskundig onderzoek dat een gering verlies aan verdiencapaciteit vaststelde.
Appellante voerde aan dat zij volledig arbeidsongeschikt was en dat het arbeidskundig onderzoek onterecht was. De Raad volgde dit niet, omdat de medische rapporten geen twijfel gaven over haar belastbaarheid. Wel oordeelde de Raad dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende was toegelicht en onderbouwd, aangezien de toelichting pas in hoger beroep werd gegeven.
Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden WAO-besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.