ECLI:NL:CRVB:2005:AU7306
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R.C. Stam
- C.G.M. van Rijnberk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde werknemersverzekeringspremies
Appellant was bestuurder van een vennootschap die tussen 1997 en 1999 premies voor werknemersverzekeringen niet betaalde. Gedaagde stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk op grond van artikel 16d CSV. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat gedaagde tijdig en zorgvuldig heeft gehandeld. Het opsporingsonderzoek en aanvullende premienota's legitimeerden de aansprakelijkstelling binnen de wettelijke termijn. De administratie van de vennootschap was onvolledig, wat door getuigenverklaringen en het opsporingsonderzoek werd bevestigd.
Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de jaaropgaven vanaf 1997 aan gedaagde waren verzonden, waardoor het risico van niet-zending bij hem ligt. Ook is niet gebleken dat de aansprakelijkstelling van appellant is ingetrokken. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.