ECLI:NL:CRVB:2005:AU7274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak en toekenning schadevergoeding na intrekking WAO-besluit
Appellante kreeg een WAO-uitkering die op 12 december 2000 werd ingetrokken wegens een vermeende arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vanaf 28 augustus 2000. Na bezwaar werd dit besluit op 28 maart 2002 herzien, waarbij de uitkering werd voortgezet op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het bestreden besluit op 18 oktober 2005 was ingetrokken, waarbij appellante ongewijzigd werd geacht 80 tot 100% arbeidsongeschikt te zijn. De Raad oordeelde dat appellante belang behield bij vernietiging van de eerdere uitspraak en verklaarde het beroep gegrond.
Verder werd gedaagde veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, en tot betaling van schadevergoeding bestaande uit wettelijke rente over de niet betaalde uitkering vanaf 1 september 2000 tot aan volledige voldoening, met inachtneming van verrekeningen volgens sociale zekerheidswetgeving.
De Raad verwees naar eerdere jurisprudentie voor de wijze van berekening van de wettelijke rente en bepaalde dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen het betaalde griffierecht aan appellante vergoedt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt het Uwv tot schadevergoeding en proceskostenvergoeding.